19November2019

Follow Us!

Follow us on FacebookSubscribe to our Channel

Voel de voeten van je paard in elke gang

Voel de voeten van je paard in elke gang
Feel Your Horse's Feet in Each Gait

Geschreven door en foto's van Leslie Desmond,
eerst verschenen in "The Trail Less Traveled."
Vertaling: Inge Teblick

Als je bent zoals vele anderen die graag paardrijden, dan heb je een favoriete gang. Velen vinden de stap het leukst, want die is de meest comfortabele. Ik heb gemerkt dat veel mensen (zeker niet allemaal) liefst lange drafsessies vermijden, terwijl de meer ervaren mensen het liefst galoperen.

Er is geen juiste of foute gang zolang jij en je paard het erover eens zijn in welke richting het paard zou moeten gaan, waar elke voet zou moeten neergezet worden, en met welke snelheid de hoeven zouden moeten bewegen. Want het zijn de voeten waarmee je rijdt.

Ik hoop dat de hierna volgende uitleg over het voetenwerk van een paard je zal aanmoedigen om te proberen elke voet in elke gang te voelen. Zodra je een duidelijk beeld hebt van het beenzettingspatroon in elke gang, zal het makkelijker worden om dat duidelijk verschillende gevoel op te nemen in je lichaam, en dan zal het niet langer een mentaal proces zijn. Hopelijk wordt het dan ook duidelijker wat het belang is van een paard recht en in evenwicht te rijden, als je experimenteert met overgangen en wendingen.

De gangen

In stap beweegt het paard elk been apart, in een vier-takt pas. Het patroon van de stap is makkelijk te herkennen zodra je het ritme kent, of de kadans, vanuit het standpunt van het paard.

Deze gang is ontspannend voor een paard en het is dan ook de gang die hij het meest gebruikt als hij zelf kan kiezen. Ik noem de stap de volg-me-op-gang, want de achterbenen zijn voortdurend bezig de voorbenen op te volgen tot op de plaats waar het voorbeen net is vertrokken. Om in stap z'n evenwicht te houden zal je merken dat je paard zichzelf twee keer in het midden van de pas stabiliseert, door z'n gewicht afwisselend te verleggen naar elk diagonaal paar benen. Dat is vergelijkbaar met de manier waarop hij voortbeweegt in draf, maar het is moeilijker te zien in stap omdat hij zo ongeveer van de ene diagonal in de andere rolt.

Wat er precies gebeurt is het volgende:

Zodra een van de voorvoeten van het paard de grond verlaat, wordt het dadelijk door het tegenovergestelde achterbeen gevolgd, dat onder de buik naar voren grijpt, en zo een diagonaal evenwichtspunt creëert. Opdat het paard niet met z'n achtervoet van dezelfde kant op z'n eigen voorhiel zou trappen, zorgt hij dat elk voorbeen net op tijd weg is, en dat net voor het achterbeen (van dezelfde kant) op de grond komt.Misschien lees je best die twee laatste zinnen nog eens opnieus om de sequentie beter te begrijpen. Beter nog: ga zelf op handen en voeten zitten en probeer het zelf eens uit, en vergelijk je ervaring met de beweging van je paard.

De beste manier om je oog te trainen om dit te kunnen zien, is om hem te bekijken op het moment dat hij van een snelle stap in de draf overgaat, vandaar terug naar stap en weer naar draf. Zo zie je dat het paard over de diagonaal beweegt, zowel in stap als in draf. (Nb: of het paard nu stapt of draaft, elke diagonaal wordt genoemd naar het voorbeen dat daarbij beweegt. De linker diagonaal is links voor + rechts achter. De rechter diagonaal is rechts voor + links achter).

Wat de viertakt stap verandert in een tweetakt draf is de verhoging van de kadans - de snelheid waarmee de voorbenen bewegen en de nog versnelde reactie van de achterbenen. De achterbenen halen de voorbenen in en bewegen dan met precies dezelfde beweging van het tegenovergestelde voorbeen. Dat geft het duidelijk herkenbare een-twee ritme van de draf, het snelle een-twee-drie-vier van de stap verdwijnt.

Let op - de achterbenen gaan niet verder (nemen niet meer bodem) dan wat de voorbenen al hebben gedaan. Dat is ook zo in stap. Dat verandert wel bij galop.

cbe525b1f0Hierbij zie je twee gangen. Het grijze paard (voorop) is in draf. De rechterdiagonaal zal zo dadelijk op de grond komen. Om de pas af te maken zal de linkerdiagonaal terzelfdertijd afzetten. De appaloosa galoppeert erachteraan in rechtergalop. Zijn linkerachterbeen duwt hem eerst op de linkerdiagonaal (dus links voor + rechts achter) waarop hij dan even balanceert voor hij op z'n rechtervoorbeen rolt - in dit geval het leidende voorbeen.

De Galop

Als het paard vanuit draf een versnelling hoger gaat, ruilt hij het superieure evenwicht van de draf voor de extra snelheid en het groter bodembereik van de drietakt galop.

Op een cirkel naar rechts is hij zowat voorbestemd om in rechtergalop te gaan, en dat gaat heel natuurlijk. Galopwissels moet een paard niet leren, hij wordt ermee geboren. Wat wel zou kunnen is dat hij opnieuw genoeg zelfvertouwen moet kunnen krijgen om ook onder een onevenwichtige ruiter te kunnen wisselen -terwijl die hem misschien onbewust dwingt om vanvoor te wisselen om in evenwicht te kunnen blijven, of om de "verkeerde" galop te nemen om niet om te vallen of z'n lading kwijt te raken.

Op een cirkel naar rechts (vanuit stilstand) begint het paard een galopsprong door af te duwen met het linkerachterbeen, en dan vooruit te bewegen over de ondersteunende (gewicht dragende) linkerdiagonaal (links voor + rechts achter). Dan rolt hij op z'n rechtervoorbeen. Op dat moment trekt hij het duwende buitenachterbeen onder z'n buik op om de sprongsequentie weer opnieuw te beginnen.

Het tegenovergestelde gebeurt op een cirkel naar links. Z'n rechterachterbeen begint de sprong. Hij vindt z'n balans en steun op de rechterdiagonaal (rechts voor + links achter) en rolt dan naar het leidende linkervoorbeen.

Er zijn dus twee momenten waarop het hele gewicht van paard én ruiter gesteund wordt door de 20 vierkante centimeter van één enkele hoef. Zou je op dat moment hard het hoofd van je paard omtrekken dan trek je je paard gewoon om - bovenop jezelf.

De Overgang

Als je met je paard van stap in draf gaat, wil je graag een vlotte overgang. Vergeet op dit moment iedere gedachte aan verzameling. De gemakkelijkste manier om draf te krijgen is vanuit een snelle stap. ALs je paard dat goed kan, kan je 'm vragen in stap te gaan vanuit een trage draf. Op de duur zal je paard vlot - en recht - vanuit stilstand in draf kunnen vertrekken.

Een vlotte overgang is vooral belangrijk bij de overgang van draf naar galop. Zit niet te bonken op de flanken van je paard om je paard vanuit stilstand in galop te krijgen. In het begin zal hij gewoon, heel natuurlijk en heel comfortabel, vanuit een snellere draf in galop vallen.

Oefen dat eerst heel veel, voor je eraan begint te denken om hem vanuit een trage draf in galop te krijgen. En pas dan kijk je of je hem vanuit een snelle stap in galop kan zetten. Pas als hij heel rustig kan galoperen, zonder te versnellen of te vertragen tenzij je het hem vraagt, kan je vanuit een trage stap vragen.

Uiteindelijk kan je in galop na twee passen stap, en dan is hij ook klaar om een soepele overgang naar galop klaar te spelen vanuit stilstand. Het is heel belangrijk om je niet te haasten in de overgangen naar galop. Vergeet ook niet in beide richtingen te werken, in stap, draf en galop.

Neem zoveel tijd als je nodig hebt om ook soepele neerwaartse overgangen te maken - met gevoel - van galop naar draf, van draf naar stap. Als je van draf in stap vertraagt, vraag dan om even te blijven doorstappen in een energieke stap, voor je naar stilstand vertraagt.

Theoretische kennis is nog niet genoeg.

Leer je paard voelenLeer je paard voelen op de grond én in het zadel. op de grond én in het zadel.

Er is een heel groot verschil tussen wel wat weten over paarden en een gevoel hebben voor paarden. Ik kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk het is om het verschil tussen de twee te begrijpen, en het te respecteren.

Als je paard goed met gevoel stuurbaar is aan het halstertouw, en je hebt geleerd om je paard richting te geven en het op tijd te ondersteunen, op het precieze moment dat voor- of achtervoeten van de grond komen, dan heb je een goede basis vanwaar je aan je gevoel in het zadel kan werken.

Je paard leren voelen in je grondwerk is een vereiste voor goed werk in het zadel, eender wat voor type rijden je doet of waarom. Onthou altijd dat je de voeten rijdt; niet het zadel, niet de rug, en niet z'n mond. Een ruiter die gevoel wil hebben voor z'n paard houdt zich niet in het zadel door aan de teugels te trekken. Goede ruiters worden goede ruiters omdat ze blijven proberen het hele paard met hun lichaam te voelen. De balans en het ritme van het hele lichaam van een paard moeten niet alleen herkend en begrepen worden, maar ook gevoeld. Brute kracht kan nooit iets gelijkaardigs in een paard teweeg brengen als sensitiviteit, precisie en een begrip voor wat een paard aanbiedt, omdat het begrijpt. Als je jezelf presenteert op een manier die het paard begrijpt, dan zal hij terugvoelen, en de communicatie kan dan van twee kanten komen. Je paard zal dan hel hard werken, naar het beste van z'n vermogen.

Je paard passen, het aanvullen, zoeken wat de beste manier is om de intentie van je boodschap te kunnen ontvangen en te weerspeigelen, dat is het begin... Dat is waar je op kan bouwen.

Copyright: Leslie Desmond